Tim Nagtegaal

Fietsvakantie Alpen

Op de vroege vrijdagochtend 15 augustus 2008, reed ik samen met Mattijs in de auto van mijn vader richting de Franse Alpen. Het was nog donker en een uur of 4. Ons plan was om in een week tijd meerdere bekende bergen van de hoogste categorie (hors catégorie) per racefiets te beklimmen. Dit was een enorme uitdaging en we hadden er ontzettend veel zin in. Gelukkig mocht ik de Opel Zafira van mijn vader lenen. Het mooie was dat mijn vader de achterbank eruit gehaald had voor extra ruimte. Mijn vader had ook snelspanners besteld en die op een houten plank bevestigd. Het doel was om de fietsen gewoon rechtop in de auto te kunnen zetten. Alleen het voorwiel moesten we er uitklikken. De voorvork konden we dan aan de snelspanners op het plankje vastmaken. Onze bagage stond midden in de auto en de fietsen ernaast. We hadden een klein tentje mee om zo van camping naar camping te kunnen hoppen. Ik had van te voren al een aantal campings opgezocht. De eerste camping die we aandeden, was een eenvoudige camping aan de rand van St. Jean de Maurienne. We pakten onze spullen uit, zette het tentje op en kookte Ravioli uit blik op een primitief gaarkookstelletje.

De volgende dag ging de wekker om 6 uur en het was ijskoud. Ik geloof dat het maar een paar graden boven nul was. We trokken onze fietskleding aan, maakte de fietsen gereed en stapten rond 7 uur op de fiets om koers te zetten richting de Col de la Madeleine. Het was prima fietsweer, het zonnetje scheen en inmiddels al wat minder koud. Voordat de echte klim begon, moesten we eerst nog een aardig stukje fietsen. In het stadje ‘La Chambre’ begon de klim van onze eerste reus. Met een hoogteverschil van 1547 meter, een lengte van 20 kilometer en een gemiddeld stijgingspercentage van 7,7%, klommen we naar de top op 1993 meter hoogte. In mijn lichtste verzet was het zelfs nog zwaar. Veel harder dan 10 kilometer per uur lukte bijna niet. Mattijs had het die tocht net wat zwaarder dan ik het had. Vlak voor de top maakte Mattijs nog wel even een eindsprintje en haalde mij alsnog in. Met een voldaan gevoel en zonder af te stappen, blonken wij, vlak naast de eeuwige sneeuw, op de top van de Madeleine. Dit moment hebben we vereeuwigd in een foto. Na de foto trokken we allebei ons windjack aan en doken we weer terug naar beneden de diepte in. Het is onvoorstelbaar hoe snel je dan weer beneden bent. Ik geloof dat we met een kwartier alweer beneden waren, terwijl de klim wel zo’n twee uur in beslag nam. Als dalende wielrenner moet je in het dalen goede stuurkunsten hebben en evenwichtig remmen. Dalende auto’s moet je gewoonweg inhalen omdat je anders te veel moet remmen. Teveel remmen kan op een racefiets een klapband betekenen, met alle gevolgen van dien. Op sommige rechte stukken bergafwaarts bereikten we snelheden van 70 tot 80 kilometer per uur. Door de snelheid en het dalen kon ik goed merken hoe groot het temperatuurverschil in die 1547 meter was. Beneden in het dorp aangekomen was het gewoon warm.

Na onze eerste succesvolle tocht, kwamen we rond het middaguur weer aan op de camping. We besloten de rest van de dag lekker rustig aan te doen en te genieten van het zomerse weer. Mattijs ging als een acrobaat op zijn hoofd staan en we lazen een boek. Ondertussen namen we de eerstvolgende uitdagingen tot in detail door. Ik had voor deze fietsvakantie thuis een draaiboek gemaakt dat we steeds als naslagwerk voor een nieuwe beklimming gebruikten. Voor de volgende dag stond er een eerste rustdag op het programma. De dag daarna maakten we ons op voor de volgende reus op het programma. Eigenlijk een dubbele reus, want voordat we de ‘Col du Galibier’ bereikten, moesten we eerst de ‘Col du Télégraphe’ overwinnen.

Nog niet helemaal uitgerust van onze vorige klim, stapten Mattijs en ik de volgende ochtend weer rond een uur of 6 uit ons kleine tentje. Volgens mij was het die ochtend minder koud dan die eerste ochtend. We pakten onze spullen en maakten onze fietsen gereed voor de tweede klim, één van de zwaarste uit de wielergeschiedenis. Voordat we bij de voet van de beklimming aankwamen, moesten we eerst een stuk langs een provinciale doorgaande weg fietsen. In het dorpje ‘Saint Michel de Maurienne’, begon onze klim richting de ‘Col du Télégraphe’. Over een lengte van 11,5 kilometer, met een gemiddelde stijgingspercentage van 7,4% en een hoogteverschil van 854 meter, bereikten we met een goed uurtje de top van de ‘Col du Télégraphe’ op een hoogte van 1566 meter. Onderweg kwamen we nog een compleet circuskaravaan tegen. Eenmaal op de top hebben we een korte pauze met fotostop gehouden, om daarna weer met volle moed verder te gaan richting de ‘Col du Galibier’. Het eerste stuk van het vervolg verliep makkelijk vanwege de lichte daling in het parcours. Daarna moesten we wederom 1226 meter hoogteverschil overbruggen om de volgende top te bereiken.

De zon stond fel op onze bol te schijnen, we fietsten door een prachtig en zeer ruig rotslandschap en verschillende fotografen aan de zijlijn maakten foto’s van ons. Ik voelde me af en toe net een echt profrenner. Je kreeg van de fotografen kaartjes mee met daarop websites waar je de genomen foto’s kon bekijken en bestellen. De klim omhoog werd langzaam steeds steiler en ik begon steeds meer afstand op Mattijs in te leveren. Tot overmaat van ramp stuiterde mijn fietshelm van mijn stuur. Hierdoor moest ik noodgedwongen afstappen om mijn fietshelm te pakken. Nadat ik weer op mijn fiets stapte, stroomden mijn benen vol met lood. Ik besefte me dat ik eigenlijk niet had moeten afstappen. Ik realiseerde me ook dat er nog een paar pittige kilometers te wachten stonden. Intussen zag ik Mattijs steeds verder weg fietsen. De laatste kilometers waren echt compleet afzien. Ik heb toen heel wat van me af gescholden. Met pijn en moeite bleef ik doortrappen. Opgeven was voor mij op dat moment absoluut geen optie. De zon werd steeds feller, de lucht werd steeds ijler en mijn benen draaiden steeds langzamer. Ik moest nog een laatste haarspeldbocht bedwingen voordat ik de top had bereikt. Mattijs had die top al bereikt. Het stijgingspercentage lag hier rond de 10%. Vanaf ongeveer 100 meter voor de streep stond Mattijs me aan te moedigen. Met mijn laatste stuiptrekkingen heb ik de top na 17 kilometer klimmen en een gemiddeld stijgingspercentage van 7,2% toch weten te bereiken. We vroegen omstanders om een foto van ons samen te laten maken, ter hoogte van het markeringsbordje bovenop de Col du Galibier. Op een hoogte van 2646 meter voelde ik me een oppermachtig mens. Mattijs en ik genoten nog even van de grote hoogte en de prachtige vergezichten. We trokken daarna onze jasjes weer aan, zette onze helm op en doken de afgrond in. Wat voelt het dan lekker als je na zo’n zware klim pijlsnel naar beneden kan suizen. Over een afstand van bijna 35 kilometer moesten we ruim 2000 meter dalen richting ons startpunt in het dorp. Ik weet nog goed dat ik in de laatste paar kilometer afdaling nog net een obstakel op de weg heb kunnen omzeilen. Er lag iets van een groot stuk half opgerold tapijt midden op het asfalt. Ik had niet willen weten hoe het was afgelopen als ik dat obstakel niet had kunnen ontwijken. Volgens mij heeft er toen een engeltje op mijn schouder gezeten. Van de schrik bekomen, fietsten Mattijs en ik vanuit het dorp weer terug richting de camping. Die dag hadden we bijna 100 kilometer gefietst. Die middag hebben we gebruikt om van onze camping in St. Jean de Maurienne naar een camping in de buurt van de Alpe d’Huez te rijden. Via Grenoble kwamen we na circa twee uur rijden aan op een simpele camping in ‘Le Bourg d’Oisans’. Daar hebben we onze tent weer opgezet en hebben boodschappen gedaan bij de plaatselijke supermarkt. Het was nu voorbereiden voor onze volgende klim richting de Alpe d’Huez.

De volgende dag begon ons ritueel weer van voor af aan. Het was weer lekker vroeg opstaan en we stapten op onze fietsen. De zon scheen al vrolijk aan de hemel. Dit keer was het een veel kortere ‘aanloopafstand’ tot aan de start van de klim. De klim van de Alpe d’Huez begon meteen pittig. Uiteraard was Mattijs, met een lichter verzet dan ik, weer eerder boven. Met een lengte van 14 kilometer, een gemiddeld stijgingspercentage van 7,9% en een hoogteverschil van 1061 meter, kwamen we na een kleine anderhalf uur fietsen aan op de top van de Alpe op 1860 meter. Ik heb deze klim behoorlijk constant kunnen doorfietsen en ben geen enkele keer afgestapt. Het dorpje op de top kon je steeds al goed zien liggen, maar door de vele haarspeldbochten (21) leek het dorp ook niet snel dichterbij te komen. Dit was behoorlijk frustrerend. Na de overwinning op de top, zoefden we weer naar beneden.

Nu Mattijs en ik twee dagen achter elkaar stevig gefietst hadden, was het weer tijd voor een rustdag. Deze rustdag hebben we gebruikt om van de Alpe d’Huez richting de Mont Ventoux te rijden. Het was die dag ontzettend warm. Vanaf onze camping bij de Alpe d’Huez naar de camping vlakbij de Mont Ventoux was het ruim 3 uur rijden. Via de Autoroute over Valence en vlak voor Avignon de snelweg af richting het dorp Bédoin. We hadden van te voren geen campings gereserveerd en bij de eerste camping die we tegen kwamen, kregen we te horen dat deze vol zat. Vol goede moed gingen we op zoek naar een andere camping. Gelukkig was het niet veel zoeken naar die andere camping. Mattijs en ik arriveerde kort daarna op een fraaie bosrijke terrascamping. Hier was nog wel een plekje voor ons. Tussen de pijnbomen zette Mattijs en ik voor de derde keer onze tent op. Vanuit onze plek had je een gigantisch mooi uitzicht over de omgeving. De bomen rond de staanplaats boden prima beschutting tegen de felle zon. Nadat we de plek hadden ingericht, was het tijd om lekker te chillen. Die avond besloten wij een goed restaurant in het aangrenzende dorp op te zoeken. Daar hebben we een bord vol lekkere pasta gegeten. Vanuit het dorp kon ik de Mont Ventoux al goed zien. Het opvallende weerstation op de top is hier een echt herkenningspunt. Die nacht heb ik heel slecht geslapen. Niet vanwege de spanning voor de volgende beklimming, maar vanwege het vreselijke geblaf en gehuil van tientallen honden of misschien wel wolven ergens in de nabije omgeving. Dit heeft voor mijn gevoel uren geduurd. Een kerktoren verderop sloeg ieder kwartier en aan de hand daarvan kon ik peilen hoe laat het was. Ik geloof dat Mattijs hier helemaal geen last van gehad heeft.

Met een slecht uitgeslapen kop, stapte ik de volgende ochtend weer met Mattijs op de fiets om de Mont Ventoux te gaan bedwingen. Vroeg in de ochtend was het al behoorlijk warm. Het was een kwartiertje fietsen naar de voet van de beklimming. De eerste paar kilometers begonnen redelijk makkelijk en we fietsten beschut door een bosrijke omgeving. Je merkte dat het op de weg naar boven steeds drukker werd. Ons tempo lag nog redelijk hoog want we haalde heel wat mensen in. Ik weet nog goed dat ik een hele oude man op een gammele fiets inhaalde en we wederzijds respect toonde. ‘Courage! Courage!’, riepen we naar elkaar. Tijdens zo’n beklimming kom je echt allerlei soorten mensen en fietsen tegen. Mensen op een tandemfiets, mensen op een gewone stadsfiets, mensen op een mountainbike en mensen op een één- wieler. Jonge mensen, oude mensen en mensen met kinderen. Inmiddels waren we ergens halverwege de beklimming en merkten we dat de helling steeds wat steiler werd. Tijdens onze klim overbrugden we 1609 meter hoogteverschil, over een afstand van 22 kilometer en met een gemiddeld stijgingspercentage van 7,3%. De laatste kilometers fietsten we door het karakteristieke maanlandschap van de top van de berg. Na 1 uur en 53 minuten bereikten we zonder afstappen de top op 1912 meter hoogte. Om deze prestatie te vieren, hield ik mijn fiets boven mijn hoofd en maakte Mattijs een foto. Ditzelfde deed Mattijs ook. In het winkeltje op de top kochten we een blikje cola en wat souveniertjes. We genoten nog even van het fantastische uitzicht en doken de Mont Ventoux daarna via de andere kant naar beneden. Op sommige stukken ging dit echt vreselijk hard. In een mum van tijd waren we alweer beneden en merkten we dat het beneden alweer echt warm was. Op ons gemakje fietsten we terug naar de camping waar we een overheerlijke douche namen.

Inmiddels hadden Mattijs en ik al 4 reuzen beklommen. ‘Last but not least’ stond er nog een laatste zware klim op het programma. Voordat we deze klim aangingen, namen we eerst een dagje rust. Deze dag hebben we wederom gebruikt om van de ene camping naar de andere camping te verkassen. De tent werd weer ingepakt en bepakt en bezakt stapten we weer in de auto richting de volgende bestemming. We reden die dag naar het dorpje Jausiers en dat was uiteindelijk toch nog een enorme autorit. Ik wist nog een relaxt meertje waar we een tijdje gepauzeerd hebben. Via deze weg was het bijna 6 uur rijden, terwijl het tussen beide plekken hemelsbreed nog geen 150 kilometer was. Grote delen van de route moesten we via provinciale, lokale wegen en toeristische routes rijden. Dit ging niet altijd even snel. Na een dag toeren kwamen we dan eindelijk aan in Jausiers. Hier zijn we op een hele primitieve lokale camping belandt. Het was meer een grasveld met wat stopcontacten en een kleine sanitaire voorziening.

Op zaterdag 23 augustus 2008 kropen we voor de laatste maal uit onze tent om de ‘Col de la Bonette’ te bedwingen. Een minder bekende maar toch zware klim. Ook deze dag begon zonnig en met een strak blauwe lucht. De klim begon redelijk makkelijk en werd steeds wat steiler. We klommen die ochtend naar een hoogte van 2802 meter. Hiervoor moesten Mattijs en ik 1652 hoogtemeters, 26 kilometerlengte en een gemiddelde stijging van 6,4% overwinnen. De laatste meters waren het zwaarst vanwege een stukje hellingspercentage van 15%. Zelfs met een racefiets is een helling van 15% echt steil. Zo steil dat ik bijna niet vooruit kwam en mijn voorwiel geregeld de neiging had om even van de grond los te komen. Omdat de lucht hier behoorlijk ijl was, waren de laatste meters daardoor extra zwaar. Uiteindelijk bereikte Mattijs en ik de top zonder afstappen op enorme hoogte. Je had hier echt het gevoel op het dak van de wereld te staan. Wat een fenomenaal uitzicht. Bovenop de berg was het behoorlijk fris en waaide het stevig. Hierdoor zijn we vrij snel weer op ons gemak naar beneden gegaan.

We realiseerden ons dat onze fietsvakantie helaas voorbij was. Na een verfrissende douche genomen te hebben, besloten Mattijs en ik die middag in te pakken en huiswaarts te keren. In de loop van de middag hebben we nog even aan een meertje gezeten en van de laatste Franse zonnestralen genoten. Daarna zijn we in het stadje Gap op zoek gegaan naar een restaurant. Hier hebben we lekkere steak gegeten en lekker nagepraat over onze fantastische prestaties. Inmiddels was het tijd om weer te vertrekken. Mattijs en ik besloten om beurten in de nacht te rijden. Zo kon de ene een uurtje slapen en de ander een uurtje rijden. De nacht was lang en ik kon niet goed slapen in de auto. Dit leverde soms gevaarlijke situaties op als ik dan weer achter het stuur kroop. In de vroege ochtend van zondag 24 augustus 2008 waren we inmiddels in België aangekomen. Hier hebben we de auto nog een tijdje langs de snelweg gezet om een tijdje te kunnen slapen. Daarna reden we door naar Harderwijk om daar aan het eind van die ochtend te arriveren. Ik zette Mattijs en zijn spullen bij hem thuis af en reed terug naar huis om daar met een voldaan gevoel mijn eigen bed weer in te duiken.

0 Responses to this post
Plaats hier je reactie!